Vandaag dient advocatenkantoor Michael Sfard in Tel Aviv (Israël) namens SOMO-onderzoekers Lydia de Leeuw en Pauline Overeem een verzoek in tot heroverweging van het reisverbod dat aan de beide onderzoekers in juli 2018 werd opgelegd. Het verzoek is ingediend bij het Israëlische ministerie van Binnenlandse Zaken, na eerdere weigeringen van de Israëlische autoriteiten om volledige openheid van zaken en een gegronde motivering te geven over de geweigerde toegang. SOMO ondersteunt haar onderzoekers – en daarnaast alle mensenrechtenverdedigers die zich inzetten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in Israël en de bezette Palestijnse gebieden. SOMO sluit zich aan bij het groeiende koor Israëlische, Palestijnse en internationale stemmen dat zich uitspreekt tegen de steeds grovere pogingen van de Israëlische autoriteiten om kritische geluiden te smoren.

Toegang geweigerd, SOMO-onderzoek belemmerd

Op vrijdag 20 juli 2018 werd Lydia de Leeuw en Pauline Overeem bij aankomst op luchthaven Ben Gurion (Tel Aviv) de toegang tot Israël ontzegd. Toen ze zich bij de paspoortcontrole meldden, werden ze aangehouden, opgepakt, verhoord en vervolgens uitgewezen. De reden voor de weigering van toegang en uitwijzing was hun vermeende lidmaatschap van de BDS-bewegingDe boycot-, desinvesterings- en sanctiebeweging (BDS) werkt aan het beëindigen van de internationale steun voor de onderdrukking van de Palestijnen door Israël en oefent druk uit op Israël om zich aan het internationale recht te houden..

Later bleek dat ook SOMO wordt beschuldigd van het propageren van een boycot van de staat Israël. Amendement nr. 28 van de wet inzake de “toegang tot Israël” werd ingeroepen om het reisverbod te valideren.

De Leeuw en Overeem kunnen tot 31 december 2023 Israël niet in. Dit vormt een ernstige belemmering voor het onderzoekswerk van SOMO in de regio, dat in samenwerking met Israëlische en Palestijnse organisaties wordt uitgevoerd en voor een groot deel worden gefinancierd door het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Ook SOMO werd beschuldigd van het propageren van een boycot tegen Israël. Na de weigering van de Leeuw en Overeem werd duidelijk dat dit ook éen van de gronden voor weigering was.

Bedrijfsleven en mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden

De afgelopen jaren heeft SOMO een aantal publicaties uitgebracht die de activiteiten van bedrijven in illegale Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied schetsen en analyseren. Een kernboodschap is dat door bij te dragen aan de nederzettingen economie, ondernemingen de schending van de mensenrechten en het internationaal recht in de bezette gebieden verergeren en bestendigen. Buitenlandse (waaronder ook Nederlandse) bedrijven die producten importeren uit nederzettingen in bezette gebieden, moeten hun verantwoordelijkheid nemen. SOMO baseert zich hierbij op internationale mensenrechtenwetgeving en internationaal humanitair recht. Door middel van onderzoek, samenwerking en lobby wil SOMO bijdragen aan het beschermen van mensenrechten en het voorkomen van schendingen van internationaal recht door ondernemingen.

Gebrek aan bewijs, politieke screening

SOMO-onderzoekers Leeuw en Overeem werd de toegang tot Israël ontzegd vanwege hun vermeende steun aan de boycot tegen Israël. Het bewijs tegen De Leeuw bestond slechts uit enkele sociale mediaberichten. Een objectieve analyse van deze berichten laat zien dat deze berichten laat echter zien dat het hier gaat om bezwaren tegen de Israëlische bezetting van Palestijnse gebieden en kritiek op het Israëlische beleid in bezette Palestijnse gebieden – allemaal legitieme boodschappen. Er is geen enkel bewijs aangevoerd voor de bewering dat Overeem een boycot tegen de staat Israël steunt, wat niet verwonderlijk is omdat dergelijk bewijs niet bestaat.
SOMO’s werk bestaat niet uit “een feitelijke, consistente en voortdurende activiteit die gericht is op het bevorderen van boycots” – de definitie die het Israëlische ministerie van Binnenlandse Zaken hanteert bij het weigeren van toegang.

Dat SOMO-onderzoekers de toegang tot Israël ontzegd is, heeft veel weg van screening op grond van een specifiek politiek wereldbeeld. Dit is een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting.

Ondemocratische houding

SOMO is van mening dat amendement 28 van de wet op de toegang tot Israël de ondemocratische houding van de Israëlische regering weerspiegelt. Het is een schending van de vrijheid van meningsuiting. Het feit dat in het verzoek tot heroverweging van het inreisverbod voor de SOMO-onderzoekers wordt verwezen naar deze wet moet niet worden gezien als een legitimering ervan. De verwijzing naar de wet in het verzoek is een noodzakelijk kwaad. Dit is nodig om de ingeperkte ruimte voor maatschappelijke organisaties terug te winnen.