Naar aanleiding van het rapport ‘Spinning around Workers’ Rights’ dat onlangs werd gepubliceerd, stelde Kamerlid Gijs van Dijk (PvdA) parlementaire vragen aan demissionair minister Kaag. Deze werden vorige week beantwoord. De minister erkent dat er grote misstanden zijn in de kledingindustrie in India. SOMO en Arisa vragen de Nederlandse politiek om werk te blijven maken van regelgeving op nationaal en internationaal niveau.

Foto: Joerg-Boethling-Alamy-Stock-Photo

Minister Kaag erkent dat er misstanden zijn in de kledingindustrie en ook dat de problemen groter zijn geworden door de coronapandemie. Kaag stelt onomwonden dat de transparantie in de kledingindustrie gebrekkig is. Ze erkent dat het hierdoor niet mogelijk méér merken aan de door SOMO en Arisa onderzochte spinnerijen te linken, terwijl deze links hoogstwaarschijnlijk wel bestaan. Transparantie in de textielketen is daarom een belangrijk onderdeel van de verduurzaming van de kledingindustrie. Volgens Kaag is voortdurende aandacht van bedrijven en overheden voor deze problematiek nodig, naast het werk van vakbonden en NGOs. Bedrijven moeten met maatschappelijke organisaties samenwerken aan het inperken van risico’s en het oplossen van misstanden

Ambitieuze wetgeving voor duurzaam en verantwoord ondernemen is hard nodig

SOMO en Arisa vinden het belangrijk dat de Nederlandse regering in haar hoedanigheid als deelnemer aan het kledingconvenant deze punten duidelijk maakt. Ook zou de regering, alle Nederlandse bedrijven actief moeten aanspreken op hun verantwoordelijkheid om volledige openheid van zaken te geven over hun toeleveranciers, ook dieper de keten in. Als publieke inkoper van werkkleding en andere textielproducten heeft de overheid daarnaast een voorbeeldfunctie om de eigen inkoop te verduurzamen . Maar bovenal is het van groot belang dat dat het (nieuwe) kabinet ambitieuze Nederlandse wetgeving voor duurzaam en verantwoord ondernemen invoert per 2023 en zich daarnaast blijft inzetten voor ambitieuze Europese MVO-wetgeving.