Foto:Frank de Ruyter

Afscheidsinterview Ronald Gijsbertsen

'Uit zichzelf zullen bedrijven niet veranderen’

Door Arend Hulshof

Ronald Gijsbertsen (44) stopt deze week als directeur van SOMO. Onder zijn hoede groeide de organisatie uit van een groep van zeven onderzoekers tot een professionele club met 44 medewerkers. Een gesprek over belastingontwijking, de kortzichtigheid van bedrijfskundigen en over multinationals die soms dreigen met een rechtszaak. ‘Als ze dat doen, weet ik dat we beet hebben.’

Alsof het helemaal niet zijn een-na-laatste week bij SOMO is. Zo praat scheidend directeur Ronald Gijsbertsen (44) over zijn organisatie. Het is dinsdagochtend. Hij zit thuis achter zijn computer. Zojuist had hij nog de wekelijkse ‘stand up’, waarbij alle SOMO-collega’s online een inhoudelijk thema met elkaar bespreken. Nu vertelt hij – ook via Zoom – enthousiast over het SOMO-rapport dat vandaag verschijnt. Daarin legt de organisatie de praktijken van oliehandelaar Vitol in Nigeria bloot. ‘Tot voor kort had ik zelfs nog nooit van dat Nederlandse bedrijf gehoord’, zegt Gijsbertsen. ‘Maar het is een van de grootste multinationals ter wereld.’

Ook blikt hij alvast vooruit op het rapport dat een dag later zal verschijnen over een van de grootste Oekraïense kippenboeren die overheidssubsidie krijgt en intussen ook belasting ontwijkt. ‘Ook dat zal leiden tot reuring’, voorspelt hij. Trots: ‘De onderzoekers van SOMO hebben echt een neus voor relevante onderwerpen en voelen haarfijn aan welke zaken belangrijk zijn om te onderzoeken.’

Brieven van gerenommeerde advocatenkantoren

Maar de ogen van Gijsbertsen beginnen pas echt te glimmen als hij terugblikkend op de zeventien jaar dat hij bij SOMO heeft gewerkt, vertelt over de keren dat multinationals zijn organisatie bedreigden met een rechtszaak vanwege een hen onwelgevallig rapport. ‘Als we zo’n brief krijgen van een gerenommeerd advocatenkantoor dan ga ik aan’, lacht hij vrolijk. ‘Dan weet ik dat we beethebben.’

De eerste keer dat hij zo’n brief kreeg, was dat nog best intimiderend, geeft hij toe. Dat was in de zomer van 2004 of 2005. Een dag later zou hij met vakantie gaan, weet hij nog. ‘In een nog te verschijnen rapport hadden we mensenrechtenschendingen blootgelegd in de keten van een elektronicabedrijf’, vertelt Gijsbertsen. ‘Maar over die onthullingen maakte die multinational zich niet druk. Alleen een bepaalde bijlage bij het rapport mocht van de bedrijfsleiding echt niet naar buiten komen. Daarin stond namelijk hoe inefficiënt die keten in elkaar stak. En als dat aan het licht zou komen zou dat negatieve invloed kunnen hebben op de beurswaarde.’

Met zijn collega’s liep Gijsbertsen nog eens na of alle informatie gecheckt en gedubbelcheckt was, en in overleg met de huisadvocaat besloten ze het rapport uiteindelijk gewoon te publiceren. Zo kon hij alsnog in alle rust met vakantie.
Natuurlijk had die publicatie geen juridische gevolgen. Zoals er nog nooit een multinational is geweest die daadwerkelijk naar de rechter is gestapt vanwege een SOMO-publicatie. ‘Uiteindelijk weten ze echt wel dat ze ons niet kunnen pakken’, zegt hij stellig. ‘We doen ons werk altijd heel zorgvuldig, lopen alles na, passen wederhoor toe en roepen nooit zomaar wat.’

Hoe vaak bedrijven dreigen met een rechtszaak wisselt. Er zijn jaren dat dat vier of vijf keer gebeurde. Maar in 2020 nog helemaal niet. ‘Misschien zijn we dit jaar niet scherp genoeg’, zegt hij glimlachend. Serieuzer: ‘Kijk, als je met dit werk nooit tegenwerking krijgt, moet je je afvragen of je niet te aaibaar geworden bent. We hebben het over bedrijven met heel veel macht, die laten je niet zomaar links liggen.’ Dat dreigen met een rechtszaak is volgens Gijsbertsen vaak ook gewoon het spel. ‘Voor de vorm reageren bedrijven soms defensief, terwijl ze beter weten.’ Hij vertelt over de MVO-manager van een bedrijf waarover een SOMO-publicatie was verschenen. ‘On the record zei hij dat het een ongelooflijk rotrapport was waar helemaal niets van klopte. Maar off the record bedankte hij ons. Omdat hij nu binnen het bedrijf veel meer voor elkaar zou kunnen krijgen. De mensen die verandering willen, zitten echt niet alleen bij ngo’s.’

Bedrijfskundig uitleven

Toen Gijsbertsen in 2003 solliciteerde bij SOMO werkten er nog slechts zeven onderzoekers. Onderling verdeelden die de managementtaken, vertelt Gijsbertsen. ‘Veel systemen en structuren ontbraken er nog’, blikt hij terug. ‘Ik heb me echt bedrijfskundig kunnen uitleven om een organisatie neer te zetten.’

Zelf was Gijsbertsen toen 27 jaar. Na zijn middelbare school had hij bedrijfskunde gestudeerd. ‘Ik wilde zo snel mogelijk heel rijk worden en ambieerde een baan bij een grote multinational.’ Tijdens zijn studie leerde hij hoe je winst kon maximaliseren, en hoe je met marketing mensen kon verleiden producten te kopen waar ze eigenlijk geen behoefte aan hebben. ‘Allemaal heel interessant’, zegt hij serieus. ‘Maar wat ik vreemd vond was dat het nooit ging over waar de kosten blijven als een bedrijf die bewust externaliseert. Als een multinational bijvoorbeeld de productie naar een land brengt omdat personeel er onleefbare lonen mag krijgen, dan is het niet zo dat al die sociale kosten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Dat zorgt voor armoede, en armoede kost geld. Dat kunnen we oplossen met bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking, maar dan moeten belastingbetalers dus allemaal betalen voor het bedrijf dat geen eerlijk loon betaalt en intussen wel alle winst opstrijkt’, legt Gijsbertsen uit.

Toen hij daar tijdens zijn studie vragen over stelde, kreeg hij te horen dat dat geen bedrijfskundige kwesties waren. ‘Dan moest ik bij bestuurskunde zijn, zeiden de docenten. Oftewel: de overheid moet maar met wetten komen die bedrijven dwingen om anders te handelen.’

En daar gaat het volgens Gijsbertsen ‘gierend mis’. ‘Bedrijven wachten namelijk niet achteroverleunend af met welke wetten overheden komen’, zegt hij. ‘Ze doen er juist alles aan hen met stevig lobby te beïnvloeden. Multinationals hebben veel meer politieke macht dan ze ons willen doen geloven.’ Dat zij niet verantwoordelijk zouden zijn voor de consequenties van hun activiteiten, getuigt volgens Gijsbertsen van ‘intellectuele armoede’. ‘Bedrijfskundigen krijgen een structurele domheid aangeleerd, waar ik niet aan mee wenste te doen.’

En dus solliciteerde Gijsbertsen na zijn studie niet bij Heineken of Shell maar meldde hij zich bij een grote ontwikkelingsorganisatie. ‘Daar wilde ik de samenwerking met het bedrijfsleven stimuleren. Ik geloofde echt dat er een win win te halen was. Ook bedrijven hebben op de lange termijn namelijk baat bij een socialere wereld zonder armoede. Maar helaas zagen ze bij die organisatie toen nog niets in mijn ideeën.’

Vervolgens werkte Gijsbertsen als consultant bij een ict-dienstverlener. ‘En daar liep ik echt tegen de grenzen van mijn optimisme aan’, zegt hij. ‘Die win-win waar ik in geloofde, bleek er eigenlijk nooit te zijn. Aandeelhouders willen nu eenmaal een maximaal rendement op hun investeringen. De mensen bij dat ict-bedrijf hadden allemaal het hart echt op de goede plek. Maar als zij de keuze hadden tussen een goedbetaalde opdracht bij een bank of ict ontwikkelen waar bijvoorbeeld bijstandsmoeders baat bij hadden, dan kozen ze toch echt voor de hoogste winstmarges. Je moest wel een heel erg sociale ondernemer zijn om je bedrijfsdoelen te laten aansluiten bij het algemene belang. Oftewel maatschappelijk verantwoord ondernemen op grote schaal was niet mogelijk, begon ik me te realiseren.’

Spraakverwarring

En toen zag Gijsbertsen de vacature voorbijkomen van SOMO. Eerder had hij nog niet van de organisatie gehoord, maar hij reageerde direct en werd aangenomen. ‘In die eerste maanden raakte ik vaak in een spraakverwarring met mijn nieuwe collega’s’, herinnert Gijsbertsen zich. ‘Zij hadden het maar over fundamentele mensenrechten en over het werk van de Internationale Arbeidsorganisatie.’ Lachend: ‘Maar wat heeft dat nou met ondernemen te maken, vroeg ik me steeds af. Tegelijkertijd sprak het idee me enorm aan dat we met een tegenmacht multinationals in toom kunnen houden.’

Gijsbertsen had in die eerste jaren van de 21ste eeuw het tij mee. Maatschappelijk verantwoord ondernemen begon populair te worden. ‘Het werd langzaamaan een standaardbegrip. En ketenverantwoordelijkheid werd common sense. Al kostte dat wel wat tijd.’ Gijsbertsen vertelt hoe twee SOMO-onderzoekers destijds in Genève een conferentie bezochten van elektronicabedrijven. ‘Er was toen net een beetje bewustwording tot stand gekomen dat die bedrijven misschien wel verantwoordelijk waren voor de omstandigheden waaronder hun apparaten in Zuidoost-Azië werden gemaakt. En toen begonnen mijn collega’s op die conferentie over de manier waarop goud, kobalt en andere metalen in de Democratische Republiek Congo werden gewonnen. De aanwezigen begonnen te lachen. Ze dachten echt dat ze een grap maakten. De productie zelf okay, maar als HP of Dell konden zij toch niet ook verantwoordelijk worden gehouden voor de mijnbouw in Afrika?

‘Natuurlijk was dat geen grap. Als je ziet hoeveel van die metalen worden afgenomen voor hun productie dan zijn elektronicabedrijven wel degelijk verantwoordelijk. En na jaren hameren, erkennen zij dat inmiddels zelf ook.’

Verandering gaat niet van vandaag op morgen, zegt Gijsbertsen nuchter. ‘Een oud-topambtenaar zei ooit dat tussen het moment dat iets in Den Haag op de politieke agenda komt en de daadwerkelijke beleidsverandering gemiddeld vijftien jaar zit. En dan moeten wij onze punten dus ook nog politiek weten te agenderen.’ Glimlachend: ‘Dus in de zeventien jaar dat ik bij SOMO heb gewerkt, heb ik eigenlijk net een cyclus van beleidsverandering meegemaakt.’

Belastingontwijking

Gelukkig is er in die tijd meer veranderd. De manier waarop we aankijken tegen belastingontwijking door multinationals bijvoorbeeld. Gijsbertsen gaat even rechtop zitten als hij daarover begint te vertellen. In 2006 publiceerde SOMO het rapport Nederland Belastingparadijs?, begint hij. ‘Daarin brachten we de maatschappelijke gevolgen in kaart van die grootschalige belastingontwijking.’ En dat viel niet bij iedereen in goede aarde. Na de verschijning van het rapport werd SOMO ontboden op het ministerie van Financiën waar ze een veeg uit de pan kreeg van een topambtenaar. ‘Dat was wel heftig’, zegt Gijsbertsen. ‘Toenmalig minister Zalm zat met het rapport in zijn maag, omdat vijf partijen in de Eerste Kamer kritische vragen hadden gesteld naar aanleiding van ons onderzoek. En dat waren zeker niet alleen linkse partijen.’ Maar de Tweede Kamer dacht er anders over en nam zelfs een motie aan waarin werd gesteld dat Nederland geen belastingparadijs was.

‘De geesten waren er nog niet rijp voor’, zegt Gijsbertsen nu. ‘Partijen als CDA en VVD vonden de gunstige regelingen voor bedrijven noodzakelijk. Anders zouden ze ons land verlaten, raken we veel werkgelegenheid kwijt en dat zou nog meer geld kosten, redeneerden ze. Dat is echt flauwekul. Maar los daarvan zijn vooral ontwikkelingslanden en andere EU-lidstaten waar wel normale belastingregels gelden de dupe van die regelingen.’

De kanteling in het debat kwam toen de regering in 2017 de dividendbelasting wilde afschaffen. Met andere organisaties binnen het Tax Justice Network dook SOMO daar toen in. De regeringsplannen werden doorgespit, er werd gekeken naar de mogelijke gevolgen, en er kwam een nieuw rapport.

Gijsbertsen: ‘Tot onze verbazing bleek het plan nog ridiculer te zijn dan we al vermoedden. Het bedrijfsleven kreeg een wel heel erg mooi cadeautje van de regering zonder daar iets concreets voor terug te hoeven doen. Uit informatie die we eerder al door een WOB-verzoek boven water hadden gekregen, wisten we dat ambtenaren van het ministerie van Financiën die afschaffing helemaal geen goed idee vonden. De overheid zou er jaarlijks 1,6 miljard euro door mislopen. Daar zouden vooral buitenlandse aandeelhouders van profiteren, terwijl de lasten zouden drukken op de binnenlandse verhoudingen. Elk argument voor het afschaffen van de dividendbelasting konden we kortom steeds afbreken. En dat allemaal op basis van kennis. Intussen legden we ook de constructie bloot waardoor Shell al jaren geen dividendbelasting bleek te betalen.’ Rutte kon er alleen nog tegen inbrengen dat iedere vezel in hem voor die afschaffing was. Pas toen Unilever besloot zijn hoofdkantoor desondanks niet in Rotterdam te vestigen, was het kabinet om.

Zo bleef de dividendbelasting overeind. Even wilde de VVD in plaats daarvan nog de winstbelasting verlagen, maar ook daar kreeg de regering geen meerderheid voor. Gijsbertsen: ‘Partijen, ook op de rechterflank, zien meer en meer in dat het misschien toch geen goede zaak is om het bedrijfsleven steeds maar weer blind te willen pleasen met belastingcadeautjes. In de Algemene Politieke Beschouwingen dit jaar erkenden ze dat we zijn doorgeslagen in het alles maar overlaten aan de markt.’

Bedrijven verplichten

Gijsbertsen zou echter nog een stap verder willen gaan. Hij vindt het hoog tijd dat multinationals met strenge wetgeving in toom worden gehouden. Veel politici en andere beleidsmakers gaan er te vaak vanuit dat bedrijven vanzelf wel gaan veranderen, bijvoorbeeld door een vrijblijvend convenant met hen af te sluiten. ‘Als je terugkijkt op de afgelopen vijftien jaar kunnen we alleen maar concluderen dat vrijblijvende afspraken niet voldoende zijn.’

Als voorbeeld noemt hij kinderarbeid. ‘Kijk,’ zegt hij, ‘als het om onze veiligheid gaat, stellen we in de wet hoge eisen. Zo willen we echt niet dat er bijvoorbeeld chemische stoffen in speelgoed zit waar kinderen ziek van kunnen worden. Dus zit daar een enorme ketenbeheersing op. Voordat zo’n product in de winkelschappen komt, willen we zeker weten dat die producten veilig zijn voor onze kinderen. Waarom zouden we dan wel willen dat datzelfde speelgoed door kindjes ver weg gemaakt wordt?’

Gijsbertsen wijst op de vorig jaar aangenomen wet-Van Laar die bedrijven vraagt kinderarbeid te voorkomen. ‘Maar daarmee zijn we er nog niet’, zegt hij. Om ook andere misstanden te voorkomen, is bredere due diligence-wetgeving nodig. Andere Europese landen hebben eveneens zulke wetten, of ze hebben die in de maak.’

De due dilligence van mensenrechten moet verplicht worden, vervolgt Gijsbertsen. ‘Uit zichzelf gaan bedrijven echt niet uitzoeken wat de gevolgen zijn van hun activiteiten. Zij moeten aansprakelijk kunnen worden gehouden voor eventuele mensenrechtenschendingen. Om dat te bereiken moet er een toezichthouder komen met dezelfde bevoegdheden en sanctiemogelijkheden als die van bijvoorbeeld de AFM of de Autoriteit Consument en Markt.’

‘En misschien zou er ook wel een opgelegde schaalverkleining moeten komen van bedrijven’, voegt hij na even nadenken toe. ‘De ongekende politieke macht die een aantal multinationals nu heeft, staan duurzaamheidskeuzes vaak in de weg. En de macht die ze in productieketens hebben zorgt voor zulke scheve verhoudingen dat een eerlijke verdeling van opbrengsten vaak niet mogelijk blijkt. Kleine toeleveranciers en boeren hebben simpelweg geen onderhandelingsmacht. Met kleinere multinationals kunnen we dat voorkomen.’

SOMO’s toekomst

Over kleinschaligheid gesproken: ook SOMO koos er een paar jaar geleden bewust voor om niet verder te groeien. ‘Sinds mijn aanstelling was de organisatie stapje voor stapje gegroeid’, zegt Gijsbertsen. ‘Elk jaar kregen we nieuwe klanten die onderzoek van ons afnamen. Ook kwam er steeds een beetje meer subsidie bij, bijvoorbeeld van de EU. En zo konden we iedere keer weer enkele nieuwe medewerkers aannemen.’ Tot een paar jaar geleden dus. En sindsdien heeft de organisatie 44 medewerkers. Zou zijn opvolger weer moeten kiezen voor groei? ‘Misschien wel’, zegt Gijsbertsen. ‘Het zou ook kunnen dat SOMO nog internationaler zou moeten gaan opereren. Ook daar liggen kansen.’

Maar wat de organisatie volgens hem vooral veel meer zou moeten doen, is blootleggen wat er structureel mis is bij bedrijven en op welke manier zij macht uitoefenen. ‘Nu richten we ons vaak op losse misstanden en casuïstiek’, zegt hij. ‘We laten bijvoorbeeld zien dat kleding gemaakt wordt onder slechte omstandigheden of dat een bank meewerkt aan witwaspraktijken waar uiteindelijk vele burgers onder lijden. Dat is belangrijk en moeten we blijven doen. Maar SOMO zou nog meer het hele plaatje moeten schetsen. Vaak is er bij een multinational veel meer mis dan alleen die ene misstand.’

Hij noemt een SOMO-rapport dat onlangs verscheen over een farmaceutisch bedrijf. ‘Dat ging over belastingontwijking. Maar de onderzoeker die zich daarin had verdiept, besloot samen te werken met een collega die zich al langer richt op de farmaceutische industrie. Samen konden ze een veel breder beeld schetsen. Dat bedrijf betaalt namelijk niet alleen te weinig belasting. Het profiteert ook nog eens van de publieke investeringen in het farmaceutische onderzoek, en vervolgens vraagt het een veel te hoge prijs voor medicijnen. Het gaat kortom op drie punten mis.’

En zo maken bedrijven zich vaker schuldig aan meer dan alleen een vergrijp, zegt Gijsbertsen. ‘Ze buiten arbeiders uit, manipuleren data, intimideren slachtoffers en hebben veel te veel invloed op overheidsbeleid. Als je al die zaken afzonderlijk bekijkt dan lijkt het misschien nog mee te vallen. Maar als we in onze analyses het hele spectrum van misstanden in kaart brengen, dan zie je dat het niet meevalt. Dan laten we zien dat het aanpakken van incidenten niet genoeg is, maar dat er iets grondigs moet veranderen.’

Misschien komt het wel mede door hem dat SOMO dat tot nu toe nog niet genoeg heeft gedaan, erkent hij. ‘Ik heb de organisatie heel projectmatig geleid. Dat had ook veel voordelen. We waren heel flexibel. Maar dat beperkte soms en versnipperde de aandacht. Ik zeg niet dat mijn insteek fout was. Maar het is denk ik goed dat een opvolger het nu misschien op een andere manier aanpakt. We zijn deskundig op economisch gebied, op mensenrechten, waardeketens en grondstofwinning. Daarin is SOMO echt uniek. Als die verschillende expertises bij elkaar worden gebracht kan de organisatie echt stappen zetten en hopelijk nog meer impact krijgen.’

En over zijn eigen toekomst? Gijsbertsen glimlacht in de webcam. Hij weet het nog niet. Wel heeft hij sollicitatiegesprekken, verklapt hij. Maar er is nog niets concreets. Natuurlijk zal hij SOMO gaan missen, vervolgt Gijsbertsen. Zijn werk was ‘verslavend leuk’. Wat hij met 44 mensen vanuit een kantoortje in Amsterdam heeft kunnen bereiken, vindt hij bijzonder. ‘Onderzoek is een essentieel instrument voor een gezonde democratie en een correctiemiddel op macht. Dat hoop ik ook in een nieuwe baan te kunnen doen’, zegt hij. Zijn persoonlijke missie zal eveneens hetzelfde blijven, belooft Gijsbertsen. ‘Ook na SOMO wil ik eraan blijven bijdragen dat bedrijven niet steeds hun kosten kunnen neerleggen bij de samenleving terwijl ze de winst privatiseren.’

 

Arend Hulshof is freelance journalist en interviewde Ronald Gijsbertsen in opdracht van SOMO